Categoriearchief: Ander nieuws.

Hieronder alles behalve Israël.

Indrukwekkend betoog bij Auschwitzherdenking

28 januari 2020

Tijdens de officiële Holocaust Herdenkingsbijeenkomst in voormalig nazi-vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau, hield Ronald S. Lauder, president van het World Jewish Congress, een indrukwekkende toespraak die u hierboven kunt bekijken Hieronder vindt u de vertaling in het Nederlands.

Uwe Majesteiten, Excellenties, rabbijnen, geestelijken, geëerde gasten en bovenal de overlevenden van Auschwitz-Birkenau die vandaag onder ons zijn. Dit gaat over jullie, en ik kan niet genoeg onder woorden brengen hoe dankbaar ik ben dat jullie hier zijn, in sommige gevallen met jullie kinderen en kleinkinderen.

Toen ik hier vijf jaar geleden stond, voor deze pijnlijke poorten, moest ik toegeven dat ik geen overlevende ben. Maar ik ben zo dankbaar voor de overlevenden die hier vandaag zijn. Ik ben ook geen bevrijder, maar ik eer de moed van de veteranen die ons allen redden. Ik ben hier eenvoudigweg als een Jood, en zoals voor Joden over heel de wereld geldt, is deze plaats, deze verschrikkelijke plaats, helaas een onlosmakelijk deel van ons ieder geworden.

Auschwitz is als een litteken van een vreselijk trauma. Het gaat nooit weg en de pijn houdt nooit op. Ik heb me altijd afgevraagd of – als ik in Hongarije was geboren, waar mijn grootouders vandaan kwamen, in plaats van New York in februari 1944 – ik nu nog zou hebben geleefd.

Het antwoord is: nee. Ik zou een van de 438.000 Hongaarse Joden zijn die hier in Auschwitz in 1944 door de nazi’s werden vergast. En ik verzeker u: vrijwel elke Jood heeft zich deze vraag wel eens gesteld.

Vandaag 75 jaar geleden, toen Sovjet-troepen door deze poorten trokken, hadden ze geen idee wat daarachter lag. En sinds die dag heeft de wereld geworsteld met wat ze daarbinnen ontdekten.

We hebben ons allemaal afgevraagd hoe een zo beschaafd land, dat de wereld prachtige literatuur en grote kunst en wetenschappelijke vooruitgang gaf, kon zinken in een woede, een gemeenheid, een verdorvenheid zoals Auschwitz. Ik ben bang dat Auschwitz meer vragen dan antwoorden biedt.

Maar laat me duidelijk zijn: terwijl Duitsland en Oostenrijk dit verbrijzelende kwaad veroorzaakten, schiepen en uitvoeren, hielp vrijwel ieder ander Europees land de nazi’s om hun Joodse burgers bijeen te drijven. Te veel mensen in te veel landen maakten Auschwitz mogelijk.

En toen Europese Joden de wereld smeekten om een veilige haven, een plaats om heen te vluchten, keerde de hele wereld hen de rug toe. Zelfs mijn eigen land, het baken van vrijheid, deed zijn lichten uit voor het Joodse volk, toen zij dit het hardst nodig hadden.

De Verenigde Staten organiseerden een conferentie in Evian, Frankrijk, in juli 1938, om de Joodse vluchtelingencrisis te bespreken. Er waren veel prachtige toespraken, maar de Verenigde Staten liet geen extra Joodse vluchtelingen toe en alle overige landen die deelnamen volgden dit voorbeeld. Er waren 32 landen en geen daarvan, behalve de kleine Dominicaanse Republiek, wilde nog meer Joden. Hitler zag dit. Vier maanden later kwam de Kristallnacht.

En opnieuw kwam er vanuit de wereld geen reactie. Hitler beproefde de wereld en bij elk e stap zag hij de waarheid: het kon de wereld niets schelen. Toen wist hij dat hij deze fabriek des doods kon bouwen. Evian leidde tot Auschwitz. Kristallnacht leidde tot Auschwitz. Het wereldwijde antisemitisme leidde tot Auschwitz.

Gelukkig waren er in Europa ook mensen die het morele fatsoen hadden en anders handelden. Gewone mensen die hun levens en dat van hun familie in de waagschaal stelden om andere mensen te redden, soms mensen die ze niet eens kenden.

In Yad Vashem kunt u de 27.362 namen zien van wat wij noemen ‘de rechtvaardigen onder de volkeren’. Die niet-Joden die alles riskeerden om Joodse levens te redden. We hebben deze eerwaarde mannen en vrouwen nooit vergeten en zullen dat ook nooit doen.

Vijf jaar geleden, bij de 70e herdenking, was ik erg ongerust over de schokkende toename in het antisemitisme hier in Eruopa. Vandaag, zoals jullie allen weten, zijn die aanslagen op Joden, de moorden, de giftige laster alleen maar toegenomen, en het heeft zich zelfs naar mijn land uitgebreid.

75 jaar geleden, toen de wereld eindelijk de beelden zag van de gaskamers hier en de stapels lichamen, wilde geen verstandig mens worden geassocieerd met de nazi’s. Maar nu ben ik getuige van iets dat ik nooit had gedacht te zullen zien in mijn leven: de openlijke en onbeschaamde verspreiding van antisemitische haat door de wereld, opnieuw.

In 2020 horen we dezelfde leugens die de nazi’s zo effectief in hun propaganda gebruikten. Joden hebben te veel macht, Joden beheersen de economie en de media, Joden beïnvloeden overheden, Joden beheersen alles. We horen deze waanzin online, in de media en zelfs van democratische regeringen.

We zullen het antisemitisme nooit uitroeien. Het is een dodelijk virus dat al meer dan tweeduizend jaar bij ons is. Maar we kunnen niet de andere kant op kijken en doen alsof het niet gebeurt. Dat is wat mensen deden in de dertiger jaren van de twintigste eeuw en dat is wat leidde tot Auschwitz.

Ik herinner me dat ik hier eens wandelde met een voormalige gevangene, Elie Wiesel. Op een gegeven moment stopte hij en zei hij iets dat ik nooit zal vergeten. Elie zei me: “het tegenovergestelde van liefde is geen haat, het is onverschilligheid.” Onverschilligheid maakte het Auschwitz mogelijk om plaats te vinden.

Er zijn hier vandaag vijftig landen vertegenwoordigd. Ik weet dat ieder van u net zo walgt van het antisemitisme als ik. Ik weet ook dat u alleen dit niet kunt stoppen. Maar u kunt zich hier wel allen krachtig tegen uitspreken.

Wij kunnen de geschiedenis niet herschrijven. Maar we kunnen vandaag veel krachtiger optreden. Wij allen moeten die moedige, morele mensen herinneren die dit probeerden te stoppen. Alle wereldleiders, alle politici moeten deze inspanning leiden. Woorden zijn niet genoeg. Politieke speeches zijn niet voldoende. Er moeten wetten worden gemaakt, strenge, stevige, echte wetten die deze haatzaaiers voor lange tijd opsluiten in de gevangenis. Kinderen moet worden geleerd waartoe Jodenhaat leidt. Dit is belangrijk, maar er is nog een belangrijke manier waarop wereldleiders deze oude haat kunnen bestrijden.

Ik vraag alle landen om op te houden mee te stemmen in de contante, beschamende fixatie op Israël in de Verenigde Naties.

Precies drie jaar, drie maanden en drie weken na de bevrijding van Auschwitz, realiseerde het Joodse volk zijn 2000 jaar oude droom met het oprichten van de Joodse staat Israël. Al was het alleen maar om het feit dat geen enkel land ter wereld Joodse vluchtelingen wilde opnemen toen zij smeekten voor hun levens. Dat is waarom het Joodse volk Israël nodig heeft.

Het Joodse volk verliet Auschwitz. Ze ontvluchtten Europa, ze werden uit ieder land in het Midden-Oosten verdreven. En in plaats van te leven in vluchtelingenkampen en zich tot terreur te wenden, bouwden ze een levendige democratie in een plaats waar geen democratie bestaat. Ze hebben wonder na wonder verricht, terwijl ze iedere dag hun levens moesten verdedigen. Geen land ter wereld heeft dit hoeven doen. En hierom spreken de VN, journalisten en zelfs wereldleiders zich constant veroordelend uit.

Maar het is zelfs erger. Israël is keer op keer uitgelicht met dezelfde leugens die we al eeuwenlang over de Joden horen. In de laatste zeven jaar heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 202 resoluties aangenomen die landen op deze wereld veroordelen. Van die 202 resoluties werd Israël 163 keer veroordeeld en de rest van de wereld slechts 39 keer. 163 tegen Israël, 39 voor de rest van de wereld.

We weten allemaal dat deze stemmen absurd zijn. De VN negeert werkelijk kwade dictaturen die miljoenen van hun eigen burgers vermoorden. Het is zo duidelijk als wat dat dit soort obsessief antizionisme niets anders is dan antisemitisme.

En met elke absurde stem, elke stem die alleen Israël op de korrel neemt en de rest van de wereld negeert, wordt de hele VN omlaag gehaald en ongeloofwaardig gemaakt. Dat is zo’n zonde, want de VN werd gebouwd op de as waarop we nu op deze plaats staan. Het had zoveel belofte, het had zoveel meer kunnen zijn.

Ik realiseer me dat u hier in Auschwitz omringd bent door aantallen. 75 jaar … 1933 … 1938 … 6 miljoen. Maar er is één aantal dat ons ons nog steeds schokt, terwijl het ons hart tegelijkertijd breekt.

Een miljoen vijfhonderdduizend.

Dat is het aantal Joodse kinderen – anderhalf miljoen – dat stierf in de Holocaust. Het is zó pijnlijk, dat we proberen er niet aan te denken. Het doet gewoon te veel pijn.

Als deze anderhalf miljoen kinderen was toegestaan om hun leven te leven, zoals andere kinderen wereldwijd, zouden ze nu in de zeventig en tachtig zijn. Ze zouden zijn opgeleid. Ze zouden zijn getrouwd. Ze zouden zelf kinderen hebben gekregen. Wat een verlies!

Maar iets anders was ook verloren. Wat zouden deze anderhalf miljoen kunnen hebben gecreëerd voor ons allen? Welke symfonieën …? Welke grote literatuur …? Wat voor technologie …? Welke medische doorbraken zijn we misgelopen van deze zielen?

Als u een geliefde bent verloren die aan kanker, Alzheimer of Parkinsons bent verloren, zijn misschien de oplossingen voor deze ziektes wel hier in Auschwitz verloren gegaan. Dit was niet alleen een Joods verlies. Het was een verlies voor de hele wereld.

Er is nog een deel van het verhaal van Auschwitz waar niemand ooit over spreekt. Toen de overlevenden werden bevrijd uit deze nazi-nachtmerrie, zochten ze nooit wraak. Ze verloren hun moeders en vaders. Zussen en broers. In te veel gevallen verloren ze hun vrouwen en kinderen. En ondanks dat is er geen enkele Duitser door een Jood vermoord als wraak. Niet één!!

Denk daar eens een moment over na. Na alles wat er met hen gebeurd was, liepen deze Joodse overlevenden gewoon deze poorten uit en bouwden nieuwe levens op, stichtten nieuwe gezinnen, werkten hard en schiepen. Sommigen hebben kleinkinderen die hier vandaag zijn. En het is schandelijk dat zij 75 later moeten zien hoe hun kleinkinderen geconfronteerd worden met dezelfde haat. Dit is een schande en mag nooit worden getolereerd.

Uiteindelijk ben ik bang dat al deze aantallen – anderhalf miljoen kinderen, zes miljoen Joden. Deze aantallen zijn gewoon te moeilijk voor ons om te begrijpen. Laat me u daarom vandaag eindigen met een laatste verhaal.

Het gebeurde tijdens de rechtszaak tegen Adolf Eichmann in 1961, waar getuige na getuige hun ervaringen hier in Auschwitz had beschreven. Maar er was één man die opviel, omdat hij ongebruikelijk zonder emotie sprak. Hij beschreef hoe hij aankwam op dit platform – precies hier – met zijn vrouw en dochtertje. Ze werden uit de veewagens gedreven en stonden in de rij voor de ‘selectie’ – precies daar. Een arts besloot wie naar rechts zou gaan – om te werken, – en wie naar links – voor vernietiging.

De man werd op dat moment gescheiden van zijn vrouw en dochter en ze werden weggeduwd. In de getuigenbank zei hij: “Er waren zoveel mensen. Ik wist niet hoe ik mijn ogen op ze kon houden.” Maar zijn kleine meisje droeg een rode jas en hij was in staat om die kleine rode jas te volgen, tot deze kleiner en kleiner werd en hij het tenslotte niet meer kon zien.

De jonge Israëlische aanklager, Gabriel Bach, stond bij zijn stoel toen de man eindigde. Hij stond daar gewoon, in stilte. Uiteindelijk vroeg de rechter Bach om verder te gaan. Maar hij bleef daar staan. Opnieuw vroeg de rechter Bach om door te gaan. En opnieuw bleef hij staan, zwijgend.

Jaren later legde Bach uit dat – alsof het lot het zo had beschikt – hij en zijn vrouw net voor hun drie jaar oude dochtertje een kleine rode jas hadden gekocht. En Gabriel Bach zei dat tot op deze dag, als hij een sportstadion in loopt, een restaurant of gewoon op straat in Jeruzalem, en hij een meisje ziet met een rode jas, dat z’n keel stijf wordt en hij niet kan spreken. En eerlijk gezegd, als ik een meisje met een rood jasje zie, denk ik aan hetzelfde. Dat is de erfenis van Auschwitz en het zal nooit weggaan.

Aan iedere Joodse en niet-Joodse persoon in dit publiek die deze poorten vandaag verlaat – dit moeten we doen: Als we iets horen dat antisemitisch is, als we iemand valsheden over Israël horen spreken, als Joden worden aangevallen in onze straten – wees niet stil. Wees niet onverschillig. Goede dingen, prachtige dingen kunnen beginnen bij een ieder van ons. En doe dit niet slechts voor Joodse mensen in de wereld. Doe dit voor je kinderen. Doe dit voor je kleinkinderen, maar doe het ook voor het kleine meisje in de rode jas.

Haar as ligt onder onze voeten. Samen met meer dan een miljoen gemartelde zielen. Zij kijken naar ons en schreeuwen het uit in één oorverdovend koor: wees niet stil!! Wees niet zelfingenomen!! Laat dit nooit meer gebeuren, met geen enkel volk!!

 

Hamas laat Gaza-betogers de nazi-vlag voeren

 

 
 
In de meeste westerse staten wordt een demonstratie met nazi-symbolen nauwelijks een ‘vreedzame’ demonstratie genoemd (de nazi-agenda is allesbehalve vreedzaam). Waarom gebruiken de internationale reguliere media dergelijke woorden in hun berichten over de demonstraties langs de grens van de Gazastrook?Vergeet de duizenden brandende banden, het geluid van rondvliegende stenen en molotovcocktails, en het nauwelijks vermelde gebruik van vuurwapens en explosieven. Het feit dat tijdens de rellen van vrijdag een vlag met het hakenkruis werd gezwaaid, moet ons allemaal duidelijk maken wat voor soort ‘vreedzame demonstraties’ dit zijn.

Premier Benjamin Netanyahu maakte het duidelijk: ‘Ik neem mijn hoed af voor de soldaten die ons beschermen tegen degenen die doen alsof ze over mensenrechten praten terwijl ze een nazi-vlag voeren. Hier is de naakte waarheid. Zij spreken over mensenrechten, maar in werkelijkheid willen zij de Joodse Staat vernietigen. Dat zullen we niet toestaan. We zullen sterk zijn. Wij zullen zorgen voor de veiligheid van ons land’.

De nazi-vlag en de ideologie erachter betekenen maar één ding voor Israël en voor de Palestijnse nationale beweging: de uitroeiing van het Joodse volk.

Wilt u meer nieuws ontvangen over Israël? Klik hier voor de dagelijkse gratis e-mail nieuwsbrief.

 

Wat Nederland van Israël kan leren

 

Achter het negatieve imago schuilt een innovatief land, dat soms verbazingwekkend slimme oplossingen heeft voor problemen waarmee veel westerse landen worstelen. Voorbeeldland Israël in zeven punten.

Natuurlijk, de meeste Nederlanders beseffen heus wel dat Israël wat betreft technologische ontwikkeling, democratie, welvaart en burgervrijheden ver uitsteekt boven de buurlanden in het Midden-Oosten. Maar nieuws over Israël wordt nu eenmaal gedomineerd door conflicten: met de Arabische buren, met de Palestijnen, met de eigen Arabische bevolking en met westerse critici.

Het negatieve imago dat zo is ontstaan, laat weinig ruimte voor de opvatting dat de Israëlische maatschappij in veel opzichten slim is georganiseerd. Zo slim, dat Nederland hiervan veel kan opsteken.

Terwijl Nederland kibbelt over de gevolgen van massa-immigratie, is het binnenhalen van immigranten in Israël juist een fundament onder de dynamische samenleving. En integratie is er een geoliede machine.

Dienstplicht, uitstekend onderwijs, ingebakken nieuwsgierigheid en overlevingsdrang leggen de basis voor de zeer innovatieve economie. Snel een coalitieregering vormen? Het kan in Israël, dankzij intelligente spelregels. En zo is er nog veel meer, zoals duidelijk wordt uit de voorbeelden op deze pagina’s.

1. Kabinet formeren kan wél snel

Versplintering is in Israël geen probleem

Door Eric Vrijsen

De Knesset telt 120 zetels en 14 fracties; de Tweede Kamer heeft 150 zetels en 13 fracties. In Israël is het vormen van een kabinet daarom net zo’n tour de force als in Nederland, zij het met een groot verschil: er geldt een duidelijke tijdslimiet. Die is ingevoerd in juli 1962, na de voor Israëlische begrippen eindeloze kabinetsformaties van 1955 (100 dagen) en 1961 (79 dagen).

In Israël is het presidentschap ceremonieel, maar voor de vorming van een regering is de president cruciaal. Hij laat de verkiezingsuitslag op zich inwerken en roept intussen alle politieke leiders bij zich. Na een weekje wijst hij een lid van het parlement aan als beoogd premier. Doorgaans is dat de leider van de grootste partij. De beoogd premier onderhandelt met de leiders van de potentiële regeringsfracties over een beleidsprogramma en een ministersploeg. Hiervoor geldt een tijdslimiet van 28 dagen. Is het dan nog niet gepiept, dan kan de president hem 14 dagen respijt geven en daarna nog een keer 7 dagen. In totaal dus 49 dagen.

Slaagt de kandidaat-premier niet binnen die termijn, dan treedt plan B in werking. De president benoemt een andere politieke leider tot beoogd premier. Hij krijgt echter slechts één keer 21 dagen om de klus te klaren. Slaagt hij daar niet in, dan is plan C aan de orde. De president beraadslaagt met de politieke leiders over welke meerderheidscoalitie er moet komen. Vervolgens schuift de president een derde kandidaat-premier naar voren. Die weet zich dus vooraf al verzekerd van een parlementaire meerderheid en moet het binnen 21 dagen fiksen.

Soms is het op de valreep, maar de afgelopen vier decennia slaagden alle eerste kandidaat-premiers binnen de termijn van 49 dagen. Inclusief de dagen die nodig waren voor de consultaties door het staatshoofd en inclusief de tijd tussen het einde van de formatie en de organisatorische voorbereiding van het Knessetdebat – in Israël moet een nieuw kabinet, anders dan in Nederland, het expliciete vertrouwen van het parlement krijgen – kan een nieuwe bewindsliedenploeg dan na uiterlijk 58 dagen aan de slag.

De tijdslimiet van 7 weken zet vaart achter de Israëlische kabinetsformatie. Nederlandse staatsrechtgeleerden doen er soms een beetje lacherig over: ‘Een tijdslimiet? Wat voor sanctie staat daarop? Je kunt politieke leiders toch niet voor straf hun Kamerzetel ontnemen!’ Nee, dat kan inderdaad niet. Maar een beoogd premier weet in Israël dat hij slechts één kans krijgt om zich binnen 49 dagen te bewijzen als leider van een veelkleurige coalitie.

In de snelkookpan proberen kleine fracties natuurlijk de grote partijen te gijzelen. Zij leggen harde eisen op tafel en als de leider van de grootste partij niet instemt, blijven ze traineren. Maar omgekeerd bluft en pokert de beoogd premier natuurlijk ook: ‘Okay, dan niet met mij. Wacht maar tot plan B in werking treedt, dan komt er een regeringsleider die jullie compleet negeert.’

2 Ruimte voor alle religies

Joodse staat opvallend tolerant voor moslims

Door Arendo Joustra

bui-israel-strand_preview
Niets bijzonders op het strand van Tel Aviv: boerkini naast bikini

Voor een Joodse staat gaat Israël tamelijk ontspannen om met andersgelovigen. Niet alleen met christenen, maar vooral ook met moslims. Die houding geldt niet alleen voor de overheid, maar ook voor de samenleving als geheel.

Terwijl in Nederland vorig jaar afwijzend werd gereageerd op de boerkini, een zwempak voor vrouwen dat het hele lichaam bedekt, zag je op het strand van Tel Avi moslima’s met lange gewaden aan in zee baden. In bikini gestoken landgenotes die op het strand lagen te zonnen, keken niet op of om. Ook Israëlische homo’s, die een eigen deel van het strand bezetten, namen er geen aanstoot aan. Leven en laten leven, lijkt het devies op de stranden van Israël.

Of de inwoners van het land ook zo rustig reageren als binnenkort de eerste politieagent met hoofddoekje de straat op gaat, is nog onbekend. Maar de overheid zelf heeft er geen problemen mee, want de eerste moslima’s met hoofddoek zijn al in opleiding. Israël streeft ernaar zijn politie te versterken met meer Arabische moslims. Zij zijn namelijk ondervertegenwoordigd bij de politie, maar oververtegenwoordigd bij verdachten en slachtoffers.

Politie als afspiegeling van de maatschappij

Slechts anderhalf procent van de dertigduizend agenten die werken bij de nationale politie, zou een Arabische moslim zijn, meldde de correspondent van The New York Times vorig jaar. In drie jaar moeten 1.350 Arabische moslims de politie komen versterken.

Toen onlangs de Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg zei dat er moet worden nagedacht over agenten met een hoofddoekje, stak er een storm van protest op. Met als belangrijkste argument dat de politie ‘neutraal’ moet zijn. Aalbersberg verwees naar Angelsaksische landen waar hoofddoekje bij de politie al zijn toegestaan en niet naar Israël.

Maar net als de Joodse staat wil hij dat zijn politie meer een afspiegeling is van de maatschappij. Slechts 18 procent van de Amsterdamse dienders heeft een niet-Nederlandse achtergrond. Als het niet lukt voldoende agenten met een migratieachtergrond te werven, dan wil hij moslima’s die een hoofddoekje dragen, niet uitsluiten, zei hij in het AD.

Sharia-rechtspraak

Wat je in een Joodse staat ook niet zou verwachten, zijn sharia-rechtbanken. In het debat in Nederland wordt sharia-rechtspraak, waarin geschillen over geloofskwesties, scheidingen of passend gedrag worden beslecht, scherp afgewezen en in strijd geacht met de mensenrechten.

In Israël daarentegen vallen sharia-rechtbanken onder het ministerie van Justitie. Eerder dit jaar benoemde de ultra-rechtse minister van Jusitie Ayelet Shaked zelfs de eerste vrouw als rechter bij zo’n moslimrechtbank. Bij Joodse religieuze rechtbanken zijn vrouwen nog niet toegestaan.

Dat Israël zo tolerant staat tegenover moslims, heeft mogelijk te maken met het karakter van Israël als Joodse staat. Ook de uiteenlopende Joodse denominaties kunnen hun versie van het geloof vrijelijk beleven en bijvoorbeeld de dienstplicht of belastingbetaling weigeren. Wat je het ene geloof gunt, kun je het andere niet onthouden, zo lijkt de gedachte.

3. Walhalla voor toegepaste wetenschap

Leergierigheid zit in volksaard ingebakken.

Door Simon Rozendaal

Silicon Valley in Israël: Matam High-Tech Park in Haifa

Israël wordt vaak in één adem genoemd met Silicon Valley – de streek ten zuiden van San Francisco. Bijna alle geavanceerde hightechbedrijven ter wereld hebben een laboratorium in Israël.

Er is door historici en economen een aantal verklaringen aangevoerd voor het feit dat door dit kleine land met zijn acht miljoen inwoners op zo’n hoog niveau wetenschap wordt beoefend. Eén daarvan is immigratie.

Neem de komst van 800.000 Russische Joden tussen 1990 en 2000. Terwijl Joden in de Sovjet-Unie, die juist in die jaren uiteenviel, slechts 2 procent van de bevolking uitmaakten, tekenden ze voor 30 procent van de dokters, wetenschappers, ingenieurs en technici. Al hun kennis en kunde namen zij in de jaren negentig dus mee naar Israël.

Onderzoek en ontwikkeling

Een andere vaak geopperde verklaring is de militaire dienstplicht van drie jaar waar iedere jongeman of -vrouw (op streng-orthodoxen na) een netwerk genereert, dat helpt bij het beginnen van eigen bedrijven.

Zoals Dan Senor en Saul Singer aangeven in hun boek Start-Up Nation is er in de wereld geen leger met zo weinig officieren. Van een soldaat wordt zelf nadenken en initiatief gevraagd.

Zo’n 45 procent van de inwoners van Israël – en daarbij worden Arabieren en orthodoxe Joden meegerekend – heeft een universitaire opleiding. Geen land komt daarbij in de buurt. Dat leidt tot nog een indrukwekkend cijfer: Israël produceert 109 wetenschappelijke artikelen per 10.000 inwoners. Geen land benadert dat. Per hoofd van de bevolking telt Israël meer ingenieurs en onderzoekers dan andere landen.

Israël spendeert ook meer geld aan onderzoek en ontwikkeling dan welk ander land. Volgens cijfers van de OESO gaf Israël er in 2015 4,25 procent van zijn bruto nationaal product aan uit. Ter vergelijking: dat is ruim tweemaal zo veel als Nederland, dat op 2 procent zit. Alleen Zuid-Korea geeft tegenwoordig evenveel uit, maar dat land zit pas sinds 2012 boven de 4 procent. Israël al sinds 2000.

Sterk, slim en eigenwijs

Die vergelijking met Zuid-Korea, China en Japan is sowieso interessant. Voor Oost-Aziaten is leren minstens even belangrijk en ook scoren zij in IQ-tests even hoog, zo niet hoger dan Israëliërs. Toch is er een verschil, zei Nobelprijswinnaar scheikunde Dany Shechtman, hoogleraar aan het Technion in Haifa, in 2014 tegen Elsevier. ‘Als ik China lesgeef, zit de hele zaal ademloos naar me te luisteren. Maar als ik in Haifa college geef, is niemand stil en steekt al na een paar minuten
iemand zijn vinger op: “Dat zegt u nu nou wel, professor, maar ik geloof er helemaal niets van.”’

Joden maken met 16 miljoen (wereldwijd) niet eens een half procent van de wereldbevolking uit, maar tekenen toch voor een kwart van alle uitgereikte Nobelprijzen. Misschien heeft dit niet zozeer te maken met het land, als wel met de inwoners of voormalige inwoners.

Er is geen volk dat zo is vervolgd, al duizenden jaren, in het Midden-Oosten en Europa. Nog steeds wordt Israël (de helft kleiner dan Nederland) omringd door buren die het liefst alle Joden de zee in drijven. Om dan te overleven, moet je een grote bek (chutzpah) hebben, sterk, slim en eigenwijs zijn.

4. Immigranten tellen al meteen mee

Nieuwkomers wacht een warm onthaal.

Door Jan Franke in Tel Aviv

Iedereen met ten minste één Joodse grootouder heeft volgens de Israëlische wet het recht om naar het land te emigreren. In het Hebreeuws heet dit aliya, letterlijk: opstijgen.

De immigranten kwamen in golven uit de hele wereld. De eersten waren zionistische pioniers uit Rusland en Oost-Europa aan het einde van de negentiende eeuw. Direct na de Tweede Wereldoorlog trokken honderdduizenden Joodse overlevenden van de Holocaust naar Palestina. Zij lieten miljoenen doden in Europa achter en namen vreselijke trauma’s mee.

Drie jaar later, na de oprichting van de staat Israël in 1948, volgden ruim 800.000 Joden uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De bevolking groeide in enkele jaren met tientallen procenten. Al deze nieuwe immigranten deelden weliswaar een Joodse achtergrond, maar daar hielden de overeenkomsten vaak wel op.
Het jonge land was een wirwar van totaal verschillende culturen. In de tentenkampen voor nieuwe immigranten werden Jiddisch, Duits, Engels, Frans en een scala aan Arabische dialecten gesproken. De uitdaging om een gedeelde Israëlische identiteit te smeden, was dus gigantisch.

De vroege pioniers hadden daarom een vernuftig integratiemodel opgezet. De taal van het nieuwe land was het weer tot leven gewekte Hebreeuws, dat zeer effectief werd onderwezen in speciale taalscholen, de ulpaniem. Nieuwe immigranten werden na aankomst naar een kibboets gestuurd voor intensieve taalles en om het land te bewerken in nauwe samenwerking met sabra’s, geboren Israëliërs. Het ministerie van Absorptie en diverse internationale Joodse organisaties voorzien in deze periode in huisvesting en een zakcentje voor het levensonderhoud.

Integratie via jarenlange dienstplicht

Zo gaat het nog altijd. Een Joodse immigrant in Israël is in principe direct gerechtigd om te werken en krijgt veel begeleiding bij het vinden van een baan. Er zijn belastingkortingen, subsidies voor huisvesting en goedkope leningen voor immigranten die een eigen onderneming willen beginnen. Jaren langs de zijlijn blijven staan, wordt in de harde, kapitalistische Israëlische maatschappij niet geaccepteerd.

Maar de echte integratie begint voor elke golf immigranten steeds weer met de jarenlange dienstplicht in het Israëlische leger (IDF), die voor zowel mannen als vrouwen geldt. Afkomst, rangen en standen uit de burgermaatschappij doen er daar nauwelijks toe. Dienstplichtige soldaten krijgen weinig loon, maar het leger stopt geld in een persoonlijke spaarpot dat na het afzwaaien kan worden gebruikt voor het betalen van hoger onderwijs of als startkapitaal voor een eigen bedrijf. Op deze manier beginnen veel kinderen van immigranten aan hun weg omhoog in de maatschappij.

Nog altijd is de meerderheid van de Joodse Israëliërs een nakomeling van iemand die niet in het land werd geboren. De uitdaging om al die nieuwelingen te integreren, is onverminderd groot en er gaat veel mis, maar rond immigratie van geloofsgenoten hangt in Israël een positief sentiment. Aan het einde van elk jaar koppen de kranten traditioneel juichend dat er weer meer Joodse immigranten zijn aangekomen.

5. Meesters in inlichtingenwerk

Spionnen gewiekster en beter ingevoerd.

Door Eric Vrijsen

bui-israel-31a_preview
Israëliërs ondervragen Arabieren in Jeruzalem

Inlichtingenwerk is ingangen zoeken en dat kunnen de Israëlische inlichtingen- en veiligheidsdiensten Mossad (buitenlandse inlichtingen), Shin Bet (binnenlandse veiligheid) en Aman (militaire inlichtingen) als de beste.

Het huzarenstukje van Israëlisch spionnenwerk is nog altijd het achterhalen van de speech van Sovjetleider Nikita Chroetsjov op het twintigste congres van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie in 1956. De nieuwe communistische leider rekende keihard af met zijn voorganger, de in 1953 overleden Jozef Stalin, die hij betichtte van ‘misdaden tegen de partij’ (lees: moord op miljoenen loyale volgelingen). Moskou wilde een stille koerscorrectie en probeerde de speech van Chroetsjov geheim te houden. Maar de Sovjets hadden niet op de kunde van de Israëlische geheime dienst gerekend.

De getrouwen van enkele Oost-Europese bondgenoten van de Sovjet-Unie kregen een bewerkte kopie van Chroetsjovs speech, die in een drukkerij te Warschau werd vermenigvuldigd. De Mossad had daar een verklikker en deelde vervolgens de inlichtingenschat met de Amerikaanse CIA, die het nieuws toespeelde aan The New York Times. Het schokeffect in de communistische landen was enorm.

Sindsdien onderhouden Israëlische en Amerikaanse spionagediensten een innige relatie. Ook de Nederlandse diensten haken – ondanks de politieke gevoeligheid – graag aan bij de Israëlische collega’s, want die zijn beter ingevoerd en gewiekster. Ze durven ­en mogen ook meer. Na de aanslagen van 9/11 is dat nog sterker geworden: Israë­liërs ­hebben in de Arabische wereld de
betere ingangen.

Vasthoudend en intelligent

Moeilijk te zeggen welke Israëlische tactieken worden overgenomen, want geheime diensten zwijgen over hun modus operandi. Een slimme truc werkt ook slechts één keer, want daarna trappen terroristen er niet meer in.

De Mossad en Shin Bet blijken soms ook beter op de hoogte van duistere zaken in Nederland dan de Haagse diensten. De Mossad tipte ze bijvoorbeeld in juli 1982 dat een bedrijf in Baarn honderden kilo’s uranium via Dubai aan Pakistan leverde. De deal werd bekokstoofd door een Alkmaarse ingenieur, vriend van de eerder in Nederland verblijvende Pakistaanse atoomspion Abdul Qadir Khan, die bij Urenco in Almelo stilletjes genoeg kennis had opgedaan om Islamabad een atoombom te bezorgen. Hoe wisten de Israëliërs dat? Tja, raadselachtig. Het moet een combinatie van klassiek inlichtingenwerk en het geavanceerd aftappen van telecommunicatie zijn geweest. Want dat doen ze slim.

Vergelijk het met de persoonscontrole op de luchthaven van Tel Aviv als je vertrekt uit Israël. Urenlang wachten in een rij. Eindelijk ben je aan de beurt voor het gesprek met de veiligheidsagenten. Ze tikken af en toe wat op hun laptop en blijven maar vragen en doorvragen. Niet onvriendelijk, maar heel vasthoudend en zo intelligent dat je snapt wat er op het spel staat: een eventuele terrorist zal nu hevig transpireren.

Vertrek je vanaf Schiphol of Brussel naar de Verenigde Staten, dan nemen beveiligers ook zo’n miniverhoor af. Maar de vragen zijn veel minder geraffineerd en soms zo routinematig en overbodig dat je bijna in de lach schiet. Wat betreft het verkrijgen van inlichtingen is er nog veel te leren van Israël.

6. Klein, maar creatief leger

Israël heeft schat aan operationele ervaring.

Door Eric Vrijsen

bui-israel-leger_preview
Gedwongen door de vijandelijke omgeving, kiest de IDF vaak voor onorthodoxe oplossingen

Gedwongen door de vijandelijke omgeving, kiest de IDF vaak voor onorthodoxe oplossingen

Nauwe militaire samenwerking met Israël was in Den Haag lange tijd een politiek mijnenveld, maar toen VVD-minister Jeanine Hennis van Defensie in mei 2014 op bezoek ging bij haar Israëlische ambtgenoot Moshe Ya’alon, was ze redelijk open. Officieren zouden vaker met elkaar oefenen; het Korps Commandotroepen kon terecht op een trainingskamp in Israël; de Koninklijke Luchtmacht mocht voor zijn drones rekenen op technische bijstand uit Israël; beide landen zouden kennis delen over bermbommen en cyberaanvallen.

Tien jaar eerder bezwoer Defensie dat ‘terughoudendheid werd betracht in de militaire contacten met Israël’. De linkse partijen in de Kamer waren des duivels toen in 2004 via Elsevier uitlekte dat de Koninklijke Luchtmacht in Afghanistan op een succesvolle manier Apache-gevechtshelikopters inzette tegen de Taliban, daarbij gebruikmakend van de operationele tactieken die de Israëlische collega’s hadden opgedaan in hun strijd tegen Hamas op de Gazastrook.

 

Israël is een klein land in een grote vijandelijke omgeving. De strijdkrachten zijn relatief klein, maar zeer creatief. Israëlische en Nederlandse militairen hebben bovendien vaak dezelfde spullen van Amerikaanse makelij. Na trainingen in de Verenigde Staten bellen ze elkaar nog wel eens: ‘Hoe pakken jullie dat aan?’
Hierdoor wisten de Nederlanders hoe ze Apaches konden inzetten tegen de Taliban in Afghanistan. De aanvalsheli – eigenlijk ontworpen als wapen tegen een Russische tankinvasie op de Noord-Duitse laagvlakte – werd ingezet als vliegende spionagepost in de urban warfare rond Kabul.

Voorwaartse verdediging

De Taliban verroerden zich niet als zij de Apache hoorden. Was het ding gepasseerd, dan hervatten ze hun wapentransporten of andere duistere activiteiten. Ze begrepen niet dat de Apache zijn infrarood- en videocamera’s naar achteren kon draaien en vanaf grote afstand tot in detail bleef meekijken naar wat zich beneden voltrok. Vervolgens kwam de aanval waarbij grondtroepen de Taliban inrekenden.

Militaire contacten tussen beide landen waren er altijd geweest op basis van de oude vertrouwensrelatie, maar bewindslieden zwegen daar liever over. Niemand mocht bijvoorbeeld weten dat de toestellen van de Koninklijke Luchtmacht onderweg naar het Midden-Oosten een tankstop maakten in Tel Aviv. Over de samenwerking tussen de spionagediensten werd sowieso met geen woord gerept.

Rusland drong in 2014 op een slinkse manier (‘groene mannetjes’) Oekraïne binnen en pikte met verbluffende snelheid schiereiland De Krim in. Sindsdien wordt in de officiersrangen veel gesproken over het Israëlische idee van ‘voorwaartse verdediging’. Als klein land kan Israël zich nauwelijks verdedigen tegen een blitzaanval van de Arabische buurstaten. Je moet je troepen in zo’n geval terugtrekken en hergroeperen voor de tegenaanval. Maar Israël is slechts enkele tientallen kilometers breed. Een terugtrekkend leger wordt meteen in zee gedreven. De generaals weten: vechten we op eigen terrein, dan zijn we verloren, dus vechten we op vijandelijk terrein. Hun Nederlandse collega’s willen graag weten hoe dat werkt – je niet laten verrassen.

7. Nergens zijn zoveel start-ups

Israëlische whizzkids zijn wereldwijd gewild.

Door Jan Franke in Tel Aviv

img_buiisraelcybersoldiers2creditidfspokespersonunit-1200x800
Er worden astronomische salarissen betaald voor ervaren Israëlische ingenieurs

Israël heeft het hoogste aantal start-ups per hoofd van de bevolking ter wereld en er stroomt meer buitenlands durfkapitaal Israël in dan in de grote Europese economieën. Hoogwaardige technologie is een van de belangrijkste exportsectoren van het land. Op het gebied van cyber security, bio- en watertechnologie en defensietoepassingen zetten Israëlische bedrijven al jaren de toon.

De kiem voor het succes van de Israëlische hightechsector werd al gezaaid in de jaren vijftig door David Ben-Gurion, aartsvader en eerste premier van de staat Israël. Ben-Gurion constateerde dat de Joodse staat, in tegenstelling tot de Arabische buurlanden, niet beschikte over grote hoeveelheden grondstoffen. Hij besloot dat de regering fors moet investeren in onderwijs en toegepast wetenschappelijk onderzoek. Het land had ingenieurs en waterexperts nodig die de woestijn konden laten bloeien.

Publiek-private samenwerkingen werden in het bijzonder gestimuleerd. Rond de nieuw opgerichte universiteiten verrezen bedrijfjes die wetenschappelijke ontdekkingen commercieel toepasbaar maakten.

Nog altijd stelt de regering aanzienlijke hoeveelheden goedkoop kapitaal beschikbaar om dit soort initiatieven te stimuleren. Verder speelt de overheid een strikt faciliterende rol. Van alle landen in de OESO investeert Israël verhoudingsgewijs het meeste in onderzoek en ontwikkeling.

Speciale programma’s voor uitblinkers

Veel buitenlandse multinationals hebben al jaren geleden lucht van gekregen van deze typische innovatiecultuur. Inmiddels hebben meer dan 350 van de grootste ondernemingen ter wereld centra voor onderzoek  en ontwikkeling in het land.

Kenmerkend voor het succes van Israël, is dat de meeste succesvolle Israëlische technologie haar oorsprong niet vindt bij de universiteiten, maar in het leger.

Elk jaar worden van alle dienstplichtige achttienjarige jongens en meisjes in het land van acht miljoen inwoners de besten geselecteerd voor speciale programma’s. Uitblinkers in wiskunde, chemie en natuurkunde krijgen op kosten van het leger een versnelde universitaire opleiding. Zij werken al voor hun twintigste levensjaar intensief met zeer geavanceerde, geheime defensietechnologie en geven niet zelden leiding aan eenheden van meer dan dertig leeftijdsgenoten, in oorlogssituaties.

Hoog salaris voor Israëlische ingenieurs

Leiderschap, doorzettingsvermogen en de bereidheid tot het nemen van risico’s zijn eigenschappen die er in het Israëlische leger worden ingehamerd. Als deze jongeren afzwaaien, staat het hun vrij de opgedane kennis en ervaring om te zetten in een commerciële onderneming, zolang er geen militaire geheimen worden geschonden.

De populaire navigatie-app Waze, in 2013 door Google overgenomen voor ruim 1,2 miljard dollar, is een bekend voorbeeld van een bedrijf dat werd opgericht door alumni van technologische elite-eenheden. Deze alumni zijn inmiddels zo gewild door multinationals als Facebook, Intel en Google, dat er speciale headhunting­bureaus zijn opgericht om bepaalde legereenheden te vertegenwoordigen.

Maar dit ongekende succes heeft ook een keerzijde: er is een braindrain op gang gekomen. In de Verenigde Staten en China worden astronomische salarissen betaald voor ervaren Israëlische ingenieurs. Ze zijn bijna niet in Israël te houden.